De commissaris als matchmaker
Het kabinet probeerde op Prinsjesdag de vakbonden met een liefdesbrief te verleiden om aan tafel te gaan voor een sociaal akkoord. Samenwerking in de polder is momenteel ver te zoeken, net als in politiek en samenleving. Welke rol kunnen commissarissen spelen?
Wie schrijft er heden ten dage nog liefdesbrieven? Warme gevoelens worden tegenwoordig vaak simpelweg beleden via een WhatsApp-je, eventueel vergezeld van een aantal emoticons. Als de gevoelens wederkerig zijn, reageert de ontvanger met een hartje.
Het kabinet-Jetten gelooft echter kennelijk nog in ouderwetse romantiek en verzond op Prinsjesdag wel een ‘liefdesbrief’: naar de werknemers en de werkgevers, waarbij vooral de eersten het hof gemaakt moeten worden. De vakbonden zijn immers tegen bezuinigingen op de sociale zekerheid en legden om die reden onlangs het land al een dag plat via een staking in het openbaar vervoer. Het kabinet wil de bonden graag aan tafel krijgen om met elkaar te komen tot een sociaal akkoord, een ontwerp ‘voor de verbetering van de sociale zekerheid, onze arbeidsmarkt en onze groei’.
Bosje bloemen
En dus ging de brief vol mooie woorden vergezeld van een overdrachtelijk bosje bloemen en dito doos bonbons: verwijzingen naar de ‘handreikingen’ die al zijn gedaan – zoals het schrappen van de verhoging van de aow-leeftijd – en uitstel van de bezuinigingen naar 2028 of nog later. De bonden laten zich echter niet paaien: FNV-voorzitter Hans Spekman vindt dat het kabinet ‘gemixte signalen’ afgeeft en wil alleen praten ‘zónder de onredelijke bezuinigingsopdracht die er nu ligt’.
Tja, bij de bonden ligt de liefdesbrief dus als een prop papier in een van de verste hoeken van de kamer. Bij de werkgevers werd wél een gevoelige snaar geraakt: VNO-NCW en MKB Nederland zeggen het ‘hoog tijd’ te vinden ‘om met elkaar aan tafel te gaan over het groeivermogen van Nederland en de hervorming van de ziekteregelingen’. Dáár dus wel een hartje. En het hoeft geen speeddate te zijn, want door het uitstel van de bezuinigingen kan er een jaar lang naar hartenlust gepolderd worden.
Troonrede als billet doux
De bonden zijn tot nu toe dus echter niet ingegaan op de avances van het kabinet. Ook tussen het (minderheids)kabinet en de oppositie staan de verhoudingen op scherp. De coalitie van D66, VVD en CDA heeft de plannen al aangepast, in de hoop op die manier de benodigde steun in de Kamer te verkrijgen: ook hier handreikingen dus. Verder riep de Troonrede op tot samenwerking en redelijkheid. Dat zou je ook een soort liefdesbrief kunnen noemen en dan nog wel een die hardop wordt voorgelezen door de koning. Maar de oppositie lijkt niet ontvankelijk voor de boodschap in dat billet doux en blijft roepen dat het kabinet moet kiezen: over links of over rechts. Overigens is ook binnen de coalitie zelf de eenheid ver te zoeken. En dan was er ook nog eens de grootschalige sabotage op het spoor, op de ochtend van Prinsjesdag: een drukmiddel vanuit de samenleving.
Horizontale loyaliteit
Er is dus sprake van ernstige verdeeldheid en polarisatie: tussen de sociale partners, tussen kabinet en oppositie, tussen links en rechts en tussen politiek Den Haag en de wantrouwige burger. We zijn daarmee nog mijlenver verwijderd van ‘horizontale loyaliteit’: een term van Peter Wennink, oud-ceo van chipmachinefabrikant ASML, commissaris bij Heineken (chair), VDL Groep en TU Eindhoven (voorzitter) en auteur van de Nederlandse variant van rapport-Draghi over het vestigingsklimaat in onze lage landen. Wennink lichtte die term eerder toe in een interview met Cecile Heemels van EY Nederland: ‘Mensen waarmee je samen iets doet zijn loyaal aan elkaar, omdat ze begrijpen dat wat duidelijk is gemaakt voor iedereen van belang is. Dus het creëren van die horizontale loyaliteit betekent dat we samen de verantwoordelijkheid voelen om het op te lossen. Onze samenleving is heel kostbaar. Dat is niet iets wat automatisch in stand blijft. Zeker niet in het huidige geopolitieke klimaat.’
Van triple helix naar maatschappijbrede samenwerking
Wennink doelde met die horizontale loyaliteit vooral op de triple helix van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid, maar het begrip laat zich makkelijk oprekken naar een pleidooi voor maatschappijbrede samenwerking: ‘Wat in Brainport zo goed werkt is dat de hele driehoek, inclusief alle overheidslagen, samen zitten om te bespreken ‘what gets in the way’. Om die knelpunten vervolgens samen op te lossen. Mijn grootste verwondering is dat die hele logica elders in Nederland zo moeilijk te vinden is. Ik zie een gebrek aan vertrouwen. Vertrouwen bestaat voor mij uit iets goed kunnen, zeggen wat je denkt, doen wat je zegt, transparant zijn, en je kwetsbaar durven opstellen. Daar hoort een eerlijke verdeling van de lusten en lasten bij. Je moet bij elkaar zitten, en vragen: wat zijn de lusten en lasten voor jou? Wat voor mij? Hebben we dat nu eerlijk verdeeld? Dáár praat je over.’
Nationaal akkoord
Verderop in het interview, zegt Wennink ook nog dit: ‘We hebben een minderheidskabinet. Ik zou een oproep willen doen tot een nationaal akkoord over de grote opgaven in ons land: wat veranderen we, waarom? What’s in it for us? Met een nationaal commissaris, iemand die eigenzinnig en energiek is. Dan kan er nog politiek gesteggel zijn over het hóé, maar dan komen we er wel. Dat vraagt ook wat van de oppositie: hebben zij door dat het gaat om ons allen, en niet alleen om hun eigen standpunt?’
Die nationaal commissaris is er niet gekomen. Het kabinet schuift de grote opgaven juist door naar volgende generaties, volgens het oordeel van de Raad van State over de Miljoenennota 2026. En die mentaliteitsverandering (what’s in it for us, in plaats van what’s in it for me) is voorlopig wishful thinking, zowel in Den Haag, als in de polder en in het land.
Natte voeten
Waar moeten we beginnen om die draai naar van ‘ik’ naar ‘wij’ tot stand te brengen en aan te slingeren tot een krachtig vliegwiel om de maatschappelijke uitdagingen samen het hoofd te bieden? Laten we allereerst inzoomen op de polder, waar de strijd tegen het water leidde tot onze poldercultuur: oog voor het gemeenschappelijk belang, bereidheid tot compromis en pragmatische samenwerking. Maar net als voor de dijken geldt: je moet ze onderhouden, anders krijg je natte voeten of erger. Dat onderhoud heeft de afgelopen decennia te weinig plaatsgevonden. Medewerkers profiteerden lange tijd te weinig mee van de winsten van bedrijven, die vooral waren gericht op aandeelhouderswaarde. Vervolgens kwam er een tegenreactie van de bonden, met hoge looneisen, een Malieveld dat weer vol stond en stakingen. En nu verharden de tegenstellingen zich verder: rond de sociale zekerheid. De dijkrot heeft nu ook het fundament van onze samenleving aangetast.
Wachten op een nieuw wonder
We hebben opnieuw een Wonder van Wassenaar nodig. Het is inmiddels bijna 45 jaar geleden (1982) dat werkgevers en vakbonden op landgoed De Wittenburg in Wassenaar een historisch akkoord sloten, waarbij de bonden hun looneisen matigden in ruil voor arbeidstijdverkorting en werkgelegenheid. Nu moet er een sociaal akkoord tot stand komen. Maar alleen een liefdesbrief, bosje bloemen en een doosje bonbons zal anno 2026 of 2027 niet ineens leiden tot een nieuw wonder, tot een renewal of the vows van destijds. Daarvoor is er in de tussentijd te veel gebeurd.
Gouden driehoek
Voor het herstel van vertrouwen en de verhouding(en), moeten we terug naar de bron: het stakeholderdenken in onze Rijnlandse cultuur. En daar komen commissarissen nadrukkelijk in beeld. Want binnen de driehoek van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid waar Wennink over spreekt, zien we een ándere driehoek: die van bestuur, commissarissen en medezeggenschap. Commissarissen hebben de opdracht om de belangen van álle stakeholders – en dus ook die van de medewerkers – mee te wegen in evenwichtige besluitvorming. Er loopt – onder meer via de voordrachtcommissaris – ook een directe communicatielijn van de ondernemingsraad naar de raad van commissarissen.
De Alliantie Medezeggenschap & Governance maakt zich al jaren sterk voor goede verhoudingen binnen de ‘gouden driehoek’. Op de eigen website licht de Alliantie het waarom als volgt toe:
‘Het debat over de noodzaak van dialoog tussen ondernemingsraad (OR), bestuur en commissarissen is anno 2026 nog steeds zeer actueel. Met de Alliantie Medezeggenschap en Governance (AMG) willen we daarin een koploperspositie innemen. Geen gesprek vanuit de eigen posities en instituties meer, maar samen om tafel, vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid en met respect voor ieders rol.’
Dialoog en rechte rug
Hierin klinkt dezelfde boodschap door als in de eerdere oproep van Wennink en de Troonrede. Om op macroniveau de partijen weer bij elkaar te krijgen – in de polder, als triple helix, in politiek Den Haag en binnen de samenleving – moeten we op microniveau beginnen. Hier ligt ook een rol voor commissarissen: haal buiten naar binnen, zie toe op duurzame langetermijnwaardecreatie, ga de dialoog met bestuur en medezeggenschap aan, sta voor een eerlijke belangenafweging en houd naar beide kanten de rug recht. Wat is het grotere, gemeenschappelijke belang voor de huidige en toekomstige generaties? What’s in it for us?
Uiteindelijk moet die gezamenlijkheid binnen de gouden driehoek van onze bedrijven leiden tot herstel van vertrouwen en hernieuwde samenwerking in de polder en van daaruit in, tussen en met andere instituties, politiek en samenleving. Misschien dat liefdesbrieven (of WhatsApp-jes) waarin toenadering wordt gezocht, dan wél weer met een hartje worden beantwoord.