De Pandora-lessen voor commissarissen

Governance Radar

Goed gekozen, die naam: Pandora Papers. Het allitereert lekker, net als de Panama Papers, die vijf jaar geleden wereldwijd tot een schokgolf leidden. De afgelopen weken werd er, net zoals bij het openen van de mythische doos, veel onheil uitgestort over de corporate en politieke wereld. Er werd blootgelegd hoe criminelen, politici, popsterren, topsporters en oligarchen hun vermogen wereldwijd in belastingparadijzen hebben ondergebracht. Ook Nederlandse topcommissarissen stonden in dit lijstje.

Vijf jaar geleden was het oud-NS-topman Bert Meerstadt, destijds commissaris bij ABN Amro en Lucas Bols, wiens naam bleek voor te komen in de Panama Papers, als eerste aandeelhouder van Morclan Corporation op de Maagdeneilanden. In de Pandora Papers werd opnieuw de naam van een commissaris van ABN Amro als investeerder in een brievenbusfirma op de Maagdeneilanden genoemd en nog wel de president-commissaris: Tom de Swaan, oud-bestuurder van de bank en oud-directielid van toezichthouder De Nederlandsche Bank. En De Swaan is niet de enige: ook onder meer Alexandra Schaapveld (commissaris Société Générale) en Maarten Muller (commissaris Van Lanschot Kempen) bleken belangen in dezelfde brievenbusfirma te hebben. Wopke Hoekstra , demissionair minister van Financiën, was tot 2017 aandeelhouder

Liefdewerk oud papier

Het was een gevalletje liefdewerk oud papier, zo riepen de toezichthouders en de bewindsman om het hardst. Het ging om een investering in een goed doel van een bevriende relatie. Relatief kleine bedragen, niet voor eigen gewin. Hoekstra zei niet te hebben geweten dat er gebruikgemaakt werd van een constructie via de Maagdeneilanden, of dat De Swaan (die hij als minister later benoemde bij ABN Amro) zijn medefinancier was.

‘Nothing to declare’

De Swaan vond na de bekendwording van zijn betrokkenheid dat hij niets uit te leggen had, ABN Amro vond evenmin dat de bank de buitenwereld een toelichting schuldig was. Inmiddels heeft De Swaan aangegeven dat zijn belegging niet in lijn is ‘met de tijdgeest’. Hij en Mulder hebben inmiddels afstand gedaan van hun aandelen, als reactie op alle commotie. Ze hebben afstand gedaan van hun aandelen, maar níet van hun positie als commissaris. Meerstadt stapte destijds wel direct op als commissaris van ABN Amro en Lucas Bols, omdat hij wilde voorkomen dat de organisaties waar hij toezicht hield nadelige effecten zouden ondervinden van de publiciteit rond zijn persoon.

Witwasaffaire

De Pandora-publiciteit rond de chairman raakt ook de reputatie van ABN Amro. De bank trof eerder een schikking van 480 miljoen euro met het Openbaar Ministerie wegens de witwasaffaire en heeft inmiddels honderden medewerkers aan het werk om klanten te controleren op hun brievenbusmaatschappij-gehalte. Dan helpt het niet mee als de voorzitter van de raad die de bank moet controleren, zelf aandelen in zo’n brievenbusfirma had.

Omdat het kan

Storm in een glas water? We horen het u zeggen. En we horen het De Swaan, Schaapveld en Mulder dénken. Onder elkaar zullen ze zichzelf ongetwijfeld als slachtoffer zien van het datalek dat hun namen in de Pandora Papers aan het licht bracht, van de journalisten die erover schreven en van de publieke opinie die hun gedrag veroordeelde. Ze hebben immers niets fout gedaan, die constructies via belastingparadijzen zijn volkomen volgens de fiscale regels. Het mag, dus het kan. Het kan, dus het mag. ‘De meest schrale vorm van integriteit en maatschappelijk betamelijkheid die ik ken’, noemde Marcel Pheijffer dat laatste in Het Financieele Dagblad. Die legimitatie kennen we ook van het beloningsdossier.

Slim schuiven met hoofdkantoren

Belastingontwijking kan nóg wel, maar het net is zich aan het sluiten. Niet alleen individuen, ook bedrijven weten de aanslag van de fiscus soms flink te drukken door hun winsten te verschuiven naar belastingparadijzen. Jaarlijks gaat er wereldwijd 240 miljard dollar verloren door belastingontwijking, volgens de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Een grootschalige belastinghervorming moet daar verandering in brengen. Onlangs sloten 136 landen een akkoord dat multinationals vanaf 2023 minimaal 15 procent belasting gaan betalen, in de landen waar ze hun omzet hebben behaald. Als er een eind wordt gemaakt aan de concurrentiestrijd tussen landen om met de laagste fiscale tarieven buitenlandse investeerders aan te trekken, heeft slim schuiven met hoofdkantoren minder zin meer.

De knop moet om

Commissarissen zullen responsible tax – een eerlijke belastingafdracht - dan ook hoog op de agenda moeten zetten, de komende jaren. Het accent ligt nog steeds vaak op optimalisatie van de belastingdruk, dus zo min mogelijk kwijt zijn aan de fiscus, binnen de regeltjes. Ook hier luidt het adagium nog steeds: omdat het kan. Er zal de komende jaren dus een knop om moeten: ook bedrijven zullen meer belasting moeten gaan betalen, waarde terug moeten geven aan de samenleving, waar ze immers ook waarde aan onttrekken. Anders zijn al die mooie woorden van bedrijven over purpose en maatschappelijk impact natuurlijk óók niets waard. Geen woorden, maar daden.

Tijdgeest niet goed aanvoelen

Dat geldt ook voor de commissarissen zelf. Als zij niet zélf, als privépersoon, de overtuiging hebben dat ander fiscaal gedrag gewenst is, hoe kunnen ze dan bestuurders daarvan overtuigen? Als ze zelf investeren in brievenbusfirma’s en daar geen vragen bij stellen (wat doet een goed doel op de Maagdeneilanden?), dan voelen ze inderdaad de tijdgeest kennelijk niet goed aan. Als ze zich niet geroepen voelen om uit zichzelf – en aanvankelijk zelfs niet na gerichte vragen – een toelichting te geven, dan geef je daarmee aan de roep om transparantie niet serieus te nemen.

Onder en boven de wet

Het straalt ‘de arrogantie van de macht’ uit, zoals Pheijffer dat in het FD noemt. Wie zolang aan de top heeft gefigureerd kan het gevoel krijgen onder en boven de wet te staan, dat de regels die wel voor anderen gelden niet voor hem of haar opgaan. En dan hebben we het hier niet over fiscale regels, maar over normen en waarden. Dat zijn immers ook regels: dat ze ongeschreven zijn maakt ze niet minder streng, integendeel. De maatschappij oordeelt steeds strenger, als het verschuivende patroon van normen en waarden niet wordt nageleefd.

Lekkerder slapen

Wat kunnen commissarissen leren van de Pandora Papers? Allereerst dat het slechts een kwestie van tijd is voordat maatschappelijk niet verantwoord gedrag (ook al is het legaal) aan het licht komt, zowel privé als van de organisatie. Het volgende datalek is al in de maak, vluchten kan niet meer. Alleen dat al zou reden moeten zijn om de persoonlijke financiële planning nog eens goed te bekijken op belastingontwijking via allerlei creatieve constructies en deze zo nodig radicaal op te schonen. Dat doet financieel pijn, maar het slaapt ook een stuk lekkerder.

Kompas maatschappelijk ijken

Commissarissen hebben zo bovendien hun handen vrij om collega-toezichthouders en vervolgens bestuurders aan te spreken op de eventuele creatieve planning van hún privévermogen en op het belastingbeleid van de organisatie: is dat wel maatschappelijk verantwoord, is dat niet alleen volgens de letter, maar ook volgens de geest van de wet? Commissarissen kunnen alleen als moreel kompas voor een verantwoord belastingbeleid fungeren als dat kompas maatschappelijk geijkt is. Het is de vraag of het magnetisme van de macht en het aardse slijk dat ze in hun jaren aan de top hebben vergaard, dat ijkproces niet verstoren.

Commissarissen zonder Tesla of serre

Dat zou pleiten voor een meer diverse samenstelling van raden van commissarissen: met mensen die niet gecorrumpeerd zijn door de positie die ze bekleden en de financiële welstand waarin ze verkeren. Tijdens de bijeenkomst Toezicht 2030 van NR-de governance expert in juli kwam het belang van diversiteit pregnant naar voren, maar bleek ook dat de cultuur in de boardroom het nieuwkomers vaak lastig maakt, getuige een opmerking in de zaal: ‘Een jonge toezichthouder vertelde me dat de gesprekken vooraf vaak gaan over de Tesla of de bouw van een serre. Ze zei: “Ik héb niet eens een auto en ik huur een appartement, ik kan dus niet meedoen aan die gesprekken.”’ Die jonge toezichthouder heeft vast ook geen beleggingen via de Maagdeneilanden en kan daardoor juist wél meedoen aan de gesprekken die moeten plaatsvinden in de top over een eerlijk belastingbeleid, zowel in de privéportefeuille als bij de toezichtorganisatie.