De opkomst van de vrouwelijke chair

Governance Radar

In de top-100 invloedrijke vrouwen van Management Scope staan vijftien vrouwelijke president-commissarissen, Petri Hofsté voorop. Een doorbraak die naar meer smaakt. Tijd om de dubbele puntentelling in de Wet Bestuur en Toezicht tijdelijk af te schaffen voor vrouwelijke voorzitters?   

Begint er dan eindelijk schot te komen in de diversiteit aan de top? Onlangs bereikte de Rijksoverheid het streefcijfer van dertig procent vrouwen op topposities (om precies te zijn 31%). Een heuse doorbraak. Er zal een zucht van verlichting door politiek Den Haag zijn gegaan, want het afdwingen van het wettelijk streefcijfer van dertig procent vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen bij het bedrijfsleven - en over een paar jaar wellicht een verplicht quotum – is toch wat lastiger als je er als rijksoverheid zelf niet aan voldoet. Het is wel een smalle marge: 31 procent. Vrouwen willen nog wel eens de deur uitlopen als ze worden geconfronteerd met het politiek spel aan de top. Dan zit je zo weer onder die 30% en dreigt een jojo-effect.

‘Eén vrouw is geen vrouw’

Maar misschien verandert de cultuur aan de top wel, als deze eenmaal voor dertig procent uit vrouwen bestaat. Wie het spel tot het einde toe meespeelt en wint, kan de regels van dat spel immers zelf helpen bepalen. Zeker als er niet slechts één vrouw in de raad van bestuur of raad van commissarissen zit, maar een kritische massa van drie of meer. ‘Eén vrouw is geen vrouw’, zei Petri Hofsté dan ook onlangs in een interview in Management Scope. ‘Als je als enige vrouw in een rvc komt, ben je de excuustruus. Met twee vrouwen krijg je echt een andere discussie.’

Genoeg vrouwen voor top-100

Hofsté staat nummer 1 op de lijst corporate vrouwen die Management Scope elk jaar publiceert. Dit jaar kon het blad voor het eerst een top-100 met de invloedrijkste vrouwen in het Nederlandse bedrijfsleven samenstellen, als een volwaardige evenknie voor de top-100 commissarissen die elk jaar het licht ziet en die nog steeds wordt gedomineerd door mannen. Voorheen waren er eenvoudigweg niet genoeg vrouwen om een verantwoorde top-100 uit te brengen en beperkte het blad zich tot een top-50. Nóg een doorbraak dus.

Beroepscommissaris verkeerde term

Hofsté wist de nummer 1-positie van de top-100 te bereiken door binnen drie jaar tijd een indrukwekkende portefeuille toezichtfuncties op te bouwen. Zo is ze commissaris bij de financials BNG, Kas Bank, Achmea en bij bodemonderzoeker Fugro. Vóór haar overstap naar het commissariaat, zat Hofsté aan alle kanten van de tafel in de financiële sector: als plaatsvervangend cfo bij ABN Amro Bank, als divisiedirecteur bij DNB en als CFRO bij pensioenuitvoerder APG. Overigens moet Hofsté niets hebben van de term ‘beroepscommissaris’, vertelde ze aan Ruud Kok van PwC in een interview elders in dit e-zine. Ze noemt zichzelf nooit zo: ‘Je noemt jezelf toch ook geen beroepsadviseur?’ En: 'Het wordt zo langzamerhand logischer dat mensen een portefeuille hebben met een aantal commissariaten en dat dit hun hele werkweek in beslag neemt. De combinatie van een bestuursfunctie met een of twee commissariaten is zwaar.’

Van chairman naar chairwoman?

Een van de toezichtposities in de portefeuille van Hofsté is het voorzitterschap van de raad van commissarissen van Achmea Bank. Een vrouwelijke president-commissaris – al is het dan bij een dochter van de holding waar Hofsté ook toezicht houdt – is nog steeds een zeldzaamheid. Er komen weliswaar steeds meer vrouwen in raden van commissarissen, maar de voorzittersstoel wordt vaak nog bezet door een man. Vrouwelijke voorzitters van raden van toezicht zagen we al vaker (tja, weer die vrouwvriendelijker overheid en de semipublieke sector), maar het bedrijfsleven kende tot nu toe toch vooral een chairman.

Van voorzitter commissie naar voorzitter héle rvc

De opmars van vrouwen naar de positie van president-commissaris verloopt stapsgewijs. Eerst zagen we steeds meer vrouwen als voorzitter van de diverse commissies in de raad van commissarissen, met als hoogst haalbare het voorzitterschap van de auditcommissie. Langzamerhand nemen nu ook steeds meer vrouwen plaats op het pluche van de voorzittersstoel van de héle rvc. De top-100 van Management Scope telt inmiddels maar liefst vijftien vrouwelijke president-commissarissen. Dat is pas een échte doorbraak.

Eerste vrouwelijke president-commissaris AEX-fonds

Wie zijn die vrouwen? Naast Hofsté is dat bijvoorbeeld Annemiek Fentener van Vlissingen, president-commissaris van familieconcern SHV. Ook onze nationale luchthaven en onze Spoorwegen kennen inmiddels vrouwelijke voorzitters, respectievelijk Louise Gunning en Truze Lodder. Hofsté heeft als commissaris van BNG ook zelf een vrouwelijke voorzitter, in de persoon van Marianne Sint. Ook twee van de kennispartners van Governance Update hebben een vrouwelijke voorzitter van de raad van commissarissen: Pauline van der Meer Mohr, oud-voorzitter College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam - bij EY, en Elfrieke van Galen – die een carrière van twee decennia bij KLM doorliep – bij GITP. En dan hebben we Olga Zoutendijk nog niet eens genoemd. Ze is sinds 18 mei Rik baron van Slingelandt opgevolgd als president-commissaris van ABN Amro en is daarmee de eerste vrouwelijke president-commissaris van een AEX-fonds.

Andere stijl?

Breekt dan eindelijk het tijdperk van de vrouwelijke chairs aan? En zal dat verschil maken in de Nederlandse boardrooms? Hebben vrouwelijke voorzitters een andere stijl dan mannelijke? Zitten ze er meer bovenop, zijn ze directer? De rol van voorzitter van de rvc is sowieso veranderd, beaamt Hofsté in het interview met Kok: ‘De rol van de voorzitter is heel belangrijk. Die heeft zich ontwikkeld van het leiden van een vergadering tot het setten van een agenda en intensief voeling houden met de organisatie en vooral de bestuurders. De rol van de voorzitter is strategischer dan vroeger. Niet dat de voorzitter de uitvoerende taak van het bestuur overneemt en zelf de strategie gaat bepalen. Maar je zegt wel tegen het bestuur: “Wij vinden het belangrijk dat je daar en daar over na gaat denken”. Dat agenderen is heel wezenlijk.’

Rol voorzitter vereist moed

Zelf moet Hofsté nog een beetje wennen aan de rol van voorzitter, vertelde ze in het interview met Management Scope: ‘Het voorzitterschap is een mooie rol, die ik bij Achmea Bank nu aan het ontdekken ben. Je moet als voorzitter iedereen de ruimte geven, maar ook de vergadering soepel laten verlopen, de juiste onderwerpen aansnijden en bepalen waar de raad van bestuur wel of niet mee wegkomt. De ene voorzitter is daarin superstrak, de ander laat meer los. Mijn stijl is nog in ontwikkeling. Bij sommige onderwerpen weet ik hoe de hazen lopen en kan ik snel doorpakken. Bij onderwerpen als strategie, of specifieke businesskwesties geef ik soms anderen bewust het podium.’ Af en toe moet het ook een beetje schuren tussen bestuurders en commissarissen. Daarbij is de rol van de voorzitter cruciaal, aldus Hofsté. ‘Je hebt er moed voor nodig, je moet het durven laten gebeuren. Als controlfreak bij uitstek moet ik daarvoor dus leren loslaten.’

Frisse wind

In de Wet Bestuur en Toezicht telt een voorzitterschap van de raad van commissarissen dubbel in de portefeuille: twee punten in plaats van één. Dat zou vrouwen ervan kunnen weerhouden om voorzitterschappen aan te nemen. Het maximum is dan immers zó bereikt. Terwijl vrouwelijk voorzitterschap een frisse wind in de Nederlandse boardrooms kan doen waaien. Bovendien kunnen vrouwelijke president-commissarissen een positieve invloed hebben op de benoeming van meer vrouwelijke bestuurders en dat is hard nodig, want die blijven fors achter bij de benoemingen van vrouwelijke commissarissen.

Dubbele puntentelling opschorten voor vrouwelijke voorzitters?

Misschien is het een idee om de dubbele puntentelling voor vrouwelijke voorzitters op te schorten tot 1 januari 2020, de deadline voor het wettelijk streefcijfer voor vrouwen in de top, voordat het verplichte quotum per direct intreedt? Een ander idee is om de benoeming van een vrouwelijke ceo of president-commissaris dubbel te laten meetellen in de vaststelling van dertig procent vrouwen in de rvb’s en rvc’s. Dat zal het aantal vrouwelijke voorzitters – hetzij van rvb, hetzij van rvc - versneld doen stijgen. In the slipstream zullen er wellicht ook sneller meer vrouwen komen in de besturen en raden van commissarissen. Bovendien is het goed om meer boegbeelden en rolmodellen te hebben. En we krijgen hopelijk ander en dus beter toezicht. Na die eerste januari van 2020 kan de telling dan weer gelijkgetrokken  worden met die voor mannelijke voorzitters. Deal? Misschien kan de overheid ook hierin het goede voorbeeld geven. Want de vraag blijft: stopt de overheid met het benoemen van vrouwen nu die 31 procent in de top is bereikt? Of gaat ze door tot vijftig procent M/V, net als in het echte leven?     

Klik hier voor de Top-100 corporate vrouwen van Management Scope.