Koester oranjegevoel in de Nederlandse boardroom

Governance Radar

De top van ons bedrijfsleven internationaliseert: er hebben steeds minder Nederlanders zitting in de bestuurskamers. Zorgelijk, vindt Philips-topman Roy Jakobs. Welke verantwoordelijkheid moeten commissarissen nemen in hun benoemingsbeleid? 

Oranjegevoel: de afgelopen weken was het weer volop aanwezig in de Nederlandse samenleving. Op Koningsdag kleurt heel het land letterlijk oranje. Dit jaar zagen we het koningspaar de schaatsen onderbinden en een rondje maken op het ijs in het Friese Dokkum. De nostalgie van de Elfstedentocht vierde hoogtij, met W.A. van Buren (als) himself in de hoofdrol. Op 4 mei hangt de Nederlandse driekleur in het land halfstok, om op 5 mei vrolijk te wapperen, terwijl overal bevrijdingsfestivals plaatsvinden.

Minder Nederlandse paspoorten 

Maar hoe is het gesteld met het oranjegevoel in de Nederlandse boardrooms? Philips-topman Roy Jakobs sprak onlangs zijn zorgen uit over het afnemende aantal Nederlandse ceo’s tijdens een interview in Het Financieele Dagblad. ‘Een Nederlandse ceo brengt automatisch het Nederlands belang mee aan internationale tafels. Maar het wordt dun qua Nederlandse ceo’s.’ Philips zelf wordt  nog steeds geleid door een Nederlands topduo, met Jakobs als ceo en oud-DSM-topman Feike Sijbesma als president-commissaris. Maar Nederlandse paspoorten in de boardroom zijn het afgelopen decennium een stuk minder vanzelfsprekend geworden, in the slipstream van de mondialisering van business, kapitaalmarkten en eigendomsstructuren. 

'Exodus bedrijven erodeert ecosysteem'

De afgelopen jaren hebben we een (soms gedeeltelijke) uittocht gezien van Nederlandse bedrijven als Shell, Relx (voorheen Reed Elsevier), Unilever, DSM, Aegon en Boskalis naar het buitenland. In dat lijstje ontbreekt nog AkzoNobel, met een voorgenomen fusie met het Amerikaanse Axalta. Uit het FD: ‘De exodus erodeert het ecosysteem in Nederland, zegt Jakobs, omdat toeleveranciers de bedrijven volgen, maar ook omdat interne opleidingstrajecten meeverhuizen. Het gevolg is dat minder Nederlanders worden klaargestoomd voor de top. Dat is een punt van zorg, vindt Jakobs.

Angelsaksisering bestuursmodel…

Eigenlijk waren het maar aan paar zinnetjes in het interview met Jakobs, maar het raakte kennelijk aan een onderstroom in corporate Nederland, zo kwam naar voren uit een rondgang van het FD. Daarin werd onder anderen Antony Burgmans, oud-topman van Unilever, geciteerd: ‘Het oranjegevoel in het bedrijfsleven neemt af. Dat is niet rampzalig, maar het is ook niet goed.’ De krant belde ook met Rients Abma van Eumedion, de koepelvereniging van institutionele beleggers. ‘Meer buitenlandse ceo’s kan bijdragen aan een verschuiving naar het Angelsaksische bestuursmodel waarbij het financiële belang het zwaarst weegt. Het is een trend waar we ons al langer zorgen over maken.’

… versus Rijnlandse waarden

De internationalisering van de Nederlandse boardrooms kan leiden tot een lagere drempel om hoofdkantoren in het buitenland te vestigen, met een fall-out voor onze toeleverende bedrijven, R&D en lokale mogelijkheden voor leadership development (in goed Nederlands).  Nóg meer impact heeft het Angelsaksische bestuurscultuurimperialisme, waar Abma op doelt. De Rijnlandse waarden – met een focus op duurzame langetermijnwaardecreatie voor een brede kring stakeholders – vormen het fundament onder het Nederlandse bedrijfsleven en de voorwaarde voor de maatschappelijke license to operate in een gepolariseerde samenleving. Trek dat grondzeil weg en de tent kan elk moment instorten. 

Balans zoeken

Het FD citeerde ook Pauline van der Meer Mohr, president-commissaris van ASM International en toezichthouder bij supermarktconcern Ahold Delhaize en verzekeraar NN Group: ‘Ik begrijp het punt van Jakobs, dat een Nederlands bedrijf verankerd moet zijn in de Nederlandse samenleving. Maar dat kan ook op een andere manier, via een commissaris of andere bestuurders. De meeste bedrijven zoeken die balans.’

Borg stakeholderbelangen

Er ligt dus een belangrijke verantwoordelijkheid voor commissarissen, in hun werkgeversrol en benoemingsbeleid: zorg voor een goede mix tussen internationaal en lokaal in bestuur en rvc. Welke leider heeft het bedrijf nodig, niet alleen bezien vanuit het belang van de aandeelhouder, maar vanuit dat van alle stakeholders? En als dat een buitenlandse leider is, hoe zijn die stakeholderbelangen dan geborgd in de rest van het bestuur en in het toezicht? 

‘Niet sentimenteel doen’

Een mooie testcase is Heineken: daar zoeken de commissarissen momenteel naar een opvolger voor ceo Dolf van den Brink, die eind deze maand vertrekt. Alle opties liggen open: intern of extern, lokaal of internationaal. De cultuur moet prestatiegerichter worden en een dergelijke transitie is vaak lastiger te bewerkstelligen voor een interne kandidaat. Hard ingrijpen lijkt ook makkelijker voor een buitenlandse ceo, die minder last heeft van het oranjegevoel dat Heineken oproept bij de gemiddelde Nederlander. Overigens heeft niet de raad van commissarissen van Heineken het laatste woord in de keuze van de nieuwe ceo, maar grootaandeelhoudersfamilie De Carvalho-Heineken. En van oranjegevoel lijkt daar geen sprake, blijkens een quote in het FD: ‘Het moet gewoon de beste zijn die we kunnen vinden’, zei Charlene de Carvalho-Heineken desgevraagd na de aandeelhoudersvergadering in april. ‘Daar moeten we vooral niet sentimenteel over doen.’

Nederlandse chair als tegenwicht

Tegenover een eventueel buitenlandse ceo bij Heineken staan een Nederlandse cfo én een dito president-commissaris: Peter Wennink, oud-ceo van ASML – én auteur van de Nederlandse variant van het rapport-Draghi, waarin zorgen over en suggesties voor ons vestigingsklimaat worden geuit. Rijnlands tegenwicht genoeg. Wennink zelf werd bij ASML trouwens opgevolgd door een Franse topman: Christophe Fouquet. Ook de chair is niet Nederlands: de Deense Nils Andersen. Het meest waardevolle bedrijf van Nederland wordt dus geleid door een internationaal duo.

Lokale intermediair naar politiek

Zou een dergelijke topstructuur denkbaar zijn bij ‘nationaal erfgoed’ Philips? Die vraag kreeg toenmalig chair Jeroen van der Veer (de enige Nederlander in een verder volledige internationale rvc) in 2020 voorgelegd in het blad Management Scope: 

Zou Philips zowel een buitenlandse ceo als president-commissaris kunnen hebben?

Van der Veer: ‘Alles is mogelijk. Kijk naar Shell. Daar is de chairman ook Amerikaans en eerder was de ceo Zwitsers. Als beiden buitenlands zijn, moet je in het land waar het hoofdkantoor staat wel zorgen voor mensen die als intermediair kunnen fungeren naar bijvoorbeeld de politiek. Dat moet je dus goed regelen. Maar het antwoord op deze vraag is dus niet een categorisch nee.’

Speelt Oranjegevoel geen rol in zo’n beslissing?

Van der Veer: ‘Mensen kunnen daar gevoelens bij hebben. Maar voor mij is het belangrijkst dat alle relevante aspecten een rol spelen bij de opvolging. Er zou hier een Nederlander moeten zitten – zoiets zeggen we nooit bij Philips. We zeggen soms wel dat de invulling van een bepaalde functie dichter bij het hoofdkantoor zou mogen staan. Dat is neutraler verwoord. Maar wat we echt willen zijn, is een meritocratie, waarin iedereen met capaciteiten kansen krijgt, ongeacht zijn of haar nationaliteit.’

Koningsdag als onboarding

Overigens is ook Jeroen van der Veer het oranjegevoel niet vreemd. Zo pakte hij terstond een intercontinentale vlucht toen hem het It giet oan ter ore kwam. Hij reed de Tocht der Tochten maar liefst twee keer uit: in 1986 en in 1997. Eigenlijk zou elke buitenlandse bestuurder of commissaris   het Elfstedenkruisje moeten halen. Jammer genoeg werkt het Hollandse winterweer de afgelopen kwart eeuw niet mee. Maar we hebben wel elk jaar Koningsdag. Maak dát dan maar een verplicht onderdeel voor de onboarding van buitenlandse ceo’s, chairs en (non)execs.