‘Onderwijs moet meer modulair denken’
Na langjarig bestuurder geweest te zijn in het mbo-onderwijs, neemt Otto Jelsma afslag pensioen. Terugkijkend zegt hij: ‘Grote mbo-organisaties kunnen best, als je maar wel -klein- dichtbij de student staat.’ Vooruitkijkend zegt hij: ‘De overheid zou nog veel meer op hoofdlijnen kunnen acteren. Kaders stellen is prima, maar geef vooral veel vrijheid bij de uitvoering.’ Governance lessen uit de praktijk. Over modulair onderwijs, de cowboywereld van het onderwijs en zelfreflectie. ‘Ga ervoor als je ergens in gelooft en wees bereid de consequenties ervan te aanvaarden.’
U bent architect geweest van de fusie tussen ID College en ROC Leiden in 2017. Dat werd uiteindelijk mboRijnland. In die tijd had u wel wat governance-brandjes te blussen. Onder meer met het ministerie van OC&W in een politiek klimaat waar eerder schaalverkleining dan vergroting het mantra was.
‘Het ROC Leiden was destijds in zwaar weer terecht gekomen; voornamelijk door vastgoedproblemen. Een fusie met ID College zou de oplossing kunnen zijn. ID college was een ROC met opleidingslocaties in het Groene Hart en was toen ook al gevestigd in Leiden. Dus een fusie met ROC Leiden leek logisch. Alleen wilde de overheid destijds terug naar kleinere scholen. Voor ons werkte dat niet. Een grote school kan, bestuurlijk gezien, prima, als je in de uitvoering maar -klein- dichtbij de leerlingen blijft. We geloofden in die visie en hebben de poot ook stijf gehouden. Ik vind dat als je ergens in gelooft, je er ook voor moet gaan, en anders je conclusies moet trekken. Gelukkig zijn we uiteindelijk bij elkaar gekomen en kregen we groen licht voor de fusie. Landelijk zie je ook dat de discussie over schaalverkleining naar de achtergrond is gegaan. Eerder is er een tegenbeweging ontstaan en zijn inmiddels meer kleinere ROC’s ook samen gegaan. Goed bestuur begint met visie.’
Wat is er veranderd in het onderwijs sindsdien?
‘In de beginfase van de vorming van de ROC’s, vanaf 1996 toen de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) van kracht werd was het MBO echt nog een cowboywereld. Er was veel onderlinge concurrentie waarbij onderwijsinstituten elkaars te slim af wilden zijn en er niet voor terugdeinsden om te strijden om de gunsten van studenten. Er was nauwelijks sprake van samenwerken en kennisdeling. Nu vinden de ROC’s elkaar veel beter en dat vind ik een heel positieve ontwikkeling, want voor mij is duidelijk dat je samen verder komt dan alleen.’
U hebt er lang gezeten, bijna twintig jaar. Mag dat wel volgens de onderwijscodes goed bestuur?
‘Ik kom uit de tijd dat een vaste aanstelling nog normaal was. Vier jaar en dan nog eens vier jaar is nu volgens codes de norm. Ik vind zelf dat vier jaar wat kort is, want ik heb aan den lijve ondervonden dat bepaalde strategische ontwikkelingen en veranderprocessen en de vorming van de gewenste cultuur veel tijd nodig hebben. Continuïteit van bestuur vind ik daarin een belangrijke factor. ROC’s kunnen in hun eigen governance ook een ruimere periode dan twee keer vier jaar vastleggen. Overigens heb ik de onderwijs governance codes nooit op het bureau gehad tijdens bestuursvergaderingen. Je moet gewoon intrinsiek, waardengedreven doen wat in de code is vastgelegd. Ik ben zelf altijd erg geïnspireerd geweest (en nog) door de Rijnlandse kernwaarden Vertrouwen, Verbinding en Vakmanschap.’
Welke rol speelt het MBO in de huidige maatschappij? En hoe kun je als bestuur invloed uitoefenen op een richting die nodig is?
‘(MBO) onderwijsinstellingen zijn voor mij knooppunten in de maatschappij. Ik heb het altijd over het Lerend Regionaal Netwerk; met een mooi woord heet dat een “ecosysteem”. Onderwijs, overheid en ondernemers en eigenlijk ook onderzoekers moeten elkaar op die knooppunten vinden. Een onderwijsinstelling is geen bastion met dikke muren erom heen. Een onderwijsinstelling zou geen grenzen moeten kennen en in open verbinding moeten staan met haar omgeving. Samenwerken in zo’n ecosysteem is essentieel om een antwoord te kunnen geven op de grote maatschappelijke opgaven waarvoor we allemaal staan. Kwalitatief hoogwaardig (beroeps)onderwijs sluit aan bij de razendsnelle ontwikkelingen in de maatschappij. Daarom geloof ik geloof veel meer in flexibel onderwijs waarin studenten keuzemogelijkheden hebben dan in het klassieke jaarklassensysteem met vaste groepen en vaste tijden waarin vrijwel alles van te voren is vastgelegd. Bij vrijwel alles wat we doen hebben we keuzemogelijkheden. Als je een nieuwe auto of een computer koopt of als je op vakantie gaat heb je keuze uit allerlei opties en accessoires (zie het als bouwstenen of legoblokjes). Je regelt als het ware op die manier voor jezelf het gewenste product of dienst. Zo moet je onderwijs ook zien. Door modules aaneen te rijgen als kralen aan een ketting, stel je het voor jouw ideale leertraject samen. Als je bepaalde modules beheerst, zou je daarmee op een bepaald niveau en voor bepaalde werkzaamheden in feite al in de praktijk aan het werk kunnen, nog voordat je de hele opleiding hebt afgerond. Natuurlijk moet er iets zijn als een landelijk kwaliteitscriterium, waarmee de kwaliteit van een volledige beroepsopleiding is geborgd. De Kwalificatiedossiers en de Crebo’s (centraal register erkende beroepsopleidingen) moeten mijns inziens echter veel meer een functie vervullen in de backoffice. Modules, branche- en sectorgericht, zouden wat mij betreft in de frontoffice moeten staan. En een ROC zou moeten laten zien hoe door het samenstellen van modules betekenisvolle leertrajecten ontstaan. Er zou ook een veel betere doorstroming moeten zijn van VMBO/MBO en HBO. De overheid is nog niet zo ver, maar dat zou wel mijn weg zijn. De schotten tussen die onderwijssectoren moeten echt weg. Overigens denk ik dat er binnen de huidige wet best veel kan qua vernieuwing. Ik zie het vooral ook als taak van raden van toezicht om over dit soort thema’s met het verantwoordelijk bestuur te praten. Toezicht moet hier echt de adviesrol de rol van sparringpartner pakken. Overigens zouden dit ook discussies moeten zijn met de medezeggenschapsorganen. ’
Welke governancelessen heeft u geleerd als bestuurder?
‘Ik heb eens het boek gelezen: Zen en de kunst van het motoronderhoud. Een boek over kwaliteit en verbinding; dat heeft mij altijd erg geïnspireerd. Ik geloof in waardengedreven leiderschap. Hoe doe je de dingen goed? Je moet je antennes goed uitzetten en weten wat speelt. Neem ook al je stakeholders mee om een gedragen visie te ontwikkelen. En doe aan zelfreflectie. Sta open voor feedback, stel je kwetsbaar op en durf ook feedback te geven. Ik heb zelf bij NR Governance ooit de cursus high level toezicht gevolgd, en de follow-up Leergang daarvan met onder meer met een trip in Normandië. Dat ging vooral ook over wie je bent, waar je voor staat en wat leiderschap voor jou betekent. Vond ik heel leerzaam.’
Er komt een nieuw kabinet aan. Wat zou u de nieuwe minister van onderwijs mee willen geven?
‘Geef hoofdlijnen weer maar laat invulling bij ROC’s. Ik heb zelf altijd twee principes gehanteerd bij het sturen op hoofdlijnen: 1. Als je een briljant idee hebt (dat misschien afwijkt van de hoofdlijn), maak dat dan toch direct bespreekbaar, want daarmee kan wellicht het kader (de hoofdlijn) worden verbeterd. 2. Zie je een kardinale fout in een hoofdlijn, dan is direct in grijpen van groot belang, want het kader moet daar dan op aangepast worden. Een eenvoudige vuistregel, maar als je handelt vanuit Vertrouwen, Verbinding en Vakmanschap dan werkt dit uitstekend!’