Waar blijft de vrouwelijke voorzitter?
Slechts tien procent van de president-commissarissen is een vrouw. Toch zoekt ABN Amro naar een man als opvolger van voorzitter Tom de Swaan. Hoe nemen we de volgende diversiteitshorde binnen de rvc?
Een aantal jaar geleden voorzag Annemarie Jorritsma al een probleem als voorzitter van de raad van commissarissen van Alliander. Niet alleen het topduo van het netwerkbedrijf was destijds vrouw, met haarzelf als chair en Ingrid Thijssen als toenmalig ceo (nu voorzitter VNO-NCW), maar ook de rvc was feminien gedomineerd. De volgende commissaris zal een man moeten worden, anders zijn we niet meer divers samengesteld, stelde Jorritsma. Inmiddels heeft Alliander een mannelijke ceo, maar in de rvc zijn de vrouwen nog steeds in de meerderheid: drie (onder wie Jorritsma als president-commissaris) versus twee mannen.
Omgekeerd diversiteitsprobleem
De vrees van Jorritsma voor een ‘omgekeerd diversiteitsprobleem’ lijkt inmiddels voor meer ondernemingen dichterbij te komen. Volgens het ingroeiquotum – ingevoerd per 1 januari 2022 – moet de rvc van beursgenoteerde ondernemingen bestaan uit ten minste een derde vrouwen en ten minste een derde mannen. Het ‘vrouwenquotum’ (in de volksmond) lijkt te hebben gewerkt, want inmiddels bedraagt het aandeel vrouwen in het toezicht op beursgenoteerd Nederland 44%, zo komt naar voren uit de Female Board Index 2025.
Nog steeds geen pariteit
Daarmee komt op geaggregeerd niveau de fiftyfifty-grens in zicht en dat is op zichzelf goed nieuws. Al toont de FBI nog steeds een ander beeld wanneer wordt ingezoomd op microniveau. Bij 21 van de 82 beursfondsen – ruwweg een kwart – is de rvc gelijk verdeeld over mannen en vrouwen, maar bij driekwart is dat dus nog niet het geval. In totaal hebben 70 van de 82 Nederlandse beursondernemingen (85%) ten minste een derde vrouw in de rvc, waarmee wordt voldaan aan het wettelijke quotum, maar níet aan een gelijke man/vrouw-verdeling. Zeven beursgenoteerde ondernemingen hebben zelfs geen enkele vrouw in hun toezichtorgaan. Ook als er naar het percentage benoemingen in het afgelopen jaar wordt gekeken, is er nog geen sprake van ‘pariteit’: 44% vrouwen versus 56% mannen, waarmee de laatsten nog steeds in de meerderheid zijn.
5:2
Desondanks is er de afgelopen jaren een opmerkelijke voortgang gemaakt op het gebied van diversiteit. Alleen dreigt nu de wal het schip te keren, zoals Jorritsma al voorzag. Van Lanschot Kempen en laadbedrijf Alfen moesten eerder al een man benoemen in de rvc om de genderbalans niet ten gunste van de vrouwen in de raad te laten doorslaan. En ABN Amro kan om dezelfde reden geen vrouw benoemen als opvolger voor de huidige voorzitter Tom de Swaan, die volgend voorjaar het einde van zijn tweede termijn heeft bereikt. Naar verluidt heeft een headhunter inmiddels opdracht gekregen op zoek te gaan naar een opvolger voor de 79-jarige bestuurs- en toezichtveteraan en moet de nieuwe chair van de bank een man zijn. In de rvc van ABN Amro is de V/M-verhouding momenteel namelijk 4:3. Een externe vrouwelijke chair zou de gendermeter doen doorslaan naar 5:2.
Foefjes voor herstel genderbalans
Een dergelijke impasse was eerder het geval bij de rvc van maaltijdbezorger Just Eat Takeaway. Daar werd toen een foefje op gevonden. Eerst werd tijdens de aandeelhoudersvergadering Marieke De Schepper benoemd, zodat de raad héél even aan het quotum voldeed, waardoor de weg vrij was voor de benoeming van oud-Ahold Delhaize-topman Dick Boer als president-commissaris. Fast forward naar de ava van ABN Amro: daar staat niet alleen De Swaan volgens het aftreedrooster op de nominatie voor herbenoeming, maar óók commissaris Sarah Russell. Stel dat Russell op de ava zou aftreden (na één termijn, hoogst ongebruikelijk) en zou worden vervangen door een man, dan zou de weg vrij zijn voor de benoeming van een vrouwelijke opvolger voor De Swaan. Of Russell – of een van de andere in totaal vier vrouwelijke commissarissen – zou moeten doorstromen naar de voorzittersrol, maar zij voldoen kennelijk niet aan het gewenste profiel (bij voorkeur een bankier van Nederlandse huize). Al kun je ook daar vraagtekens bij stellen. Uitbreiding van de rvc met meer leden dan de huidige zeven – om de verstoorde genderbalans getalsmatig te herstellen – zou ook nog een mogelijkheid zijn.
Prima inter pares
Het is echter de vraag of je dit soort rekensommetjes en kruip-door-sluip-door-constructies moet willen in het toezicht. ABN Amro heeft de rekenmachine kennelijk doelbewust terzijde geschoven bij de opvolging van De Swaan en een zoekopdracht voor een man neergelegd. Hoewel het best kan zijn dat De Swaan alsnog opgaat voor een derde termijn van twee jaar, die daarna met nogmaals twee jaar verlengd kan worden. In het aftreedrooster staat het jaar 2030 als uiterste terugtreedmogelijkheid achter de naam van De Swaan, dan zou hij 83 jaar zijn. Ook daar kun je Bideniaanse en Trumpiaanse vragen bij stellen, maar dat terzijde. Het zou ABN Amro in elk geval wel in staat stellen om het benoemingsbeleid voor de volgende rvc-voorzitter op orde te brengen en dan wellicht wel te gaan voor een prima inter pares. Al heeft ABN Amro misschien ook wel een trauma overgehouden aan de benoeming van Olga Zoutendijk tot eerste vrouwelijke president-commissaris. Ze vertrok in 2018 al na één termijn als commissaris (waarvan de laatste twee jaar als voorzitter van de raad) wegens onvrede binnen de top van de bank over haar functioneren.
Testosteron in de board
ABN Amro heeft ook net een vrouwelijke ceo: de Française Marguerite Bérard. Het zou een argument kunnen zijn om daar – tijdelijk – een mannelijke president-commissaris tegenover te zetten. Een divers leiderschapsduo aan de top van de bank kan wellicht bijdragen aan de kwaliteit van de besluitvorming en een mooie afspiegeling vormen naar de ABN Amro-high potentials, de klantenachterban en de maatschappij. Aan de andere kant staan we opnieuw voor een consolidatieslag in de Europese bancaire sector. De vorige overnamegolf (met de perceptie: eten of gegeten worden) leidde tot de val en opsplitsing van ABN Amro in 2008, het jaar van de kredietcrisis). Misschien is het zo slecht nog niet om wat minder testosteron in de board te hebben om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt. Hoewel het nu eerder andersom lijkt: de Belgische KBC Group heeft interesse in een overname van ABN Amro.
Andere competenties voor chairs
Daarnaast is het de vraag of bancaire ervaring echt het belangrijkste selectiecriterium is voor de president-commissaris van een grootbank. Bij Zoutendijk bleek haar bancaire ervaring in elk geval geen recept voor succes als chair van ABN Amro. Bij Jeroen van der Veer en Hans Wijers (beiden oud-rvc-voorzitter ING) was het gebrek eraan kennelijk juist geen bezwaar. Misschien zijn er voor president-commissarissen wel ándere zaken van meer belang (mits er natuurlijk voldoende bancaire/branche-ervaring aanwezig is in de raad). Denk aan competenties als het bouwen van een effectief toezichtteam, het leiden van de vergadering, iedere commissaris aan bod laten komen en aan boord houden, goed kunnen omgaan met boardroomdynamiek en linking pin zijn tussen rvc en ceo/bestuur, zónder ongewenste duovorming. Marianne Luyer omschrijft in haar gastcolumn, elders in deze Governance Update waaraan een goede voorzitter moet voldoen. Netwerkleiderschap, verbindend vermogen en zelfreflectie worden volgens haar steeds belangrijker voor voorzitters. Allemaal eigenschappen waarover vrouwen traditioneel beschikken (maar die ook mannen zich natuurlijk eigen kunnen maken).
Zes banken, twee vrouwelijke chairs
Hoe zit het met de V/M-verhouding aan de top bij andere banken? We deden een kleine inventarisatie bij de zes grootste banken van Nederland. Van die zes hebben er twee een vrouwelijke president-commissaris. De rvc van de Rabobank wordt geleid door Marjan Trompetter. De Rabobank is nummer 2 op het gebied van balanstotaal: 26% versus de 16% van ABN Amro (nr. 3)(2024, bron: Banken.nl). Trompetter heeft geen bestuurlijke bancaire ervaring (ze begon haar loopbaan als consultant bij KPMG), wél rijpe toezichthoudende ervaring. Trompetter is onlangs herbenoemd in de voorzittersrol, voor een laatste tweejarige termijn. Ook NWB Bank (nr. 5 qua balanstotaal) heeft een vrouwelijke rvc-voorzitter: Joanne Kellermann, oud-directielid van De Nederlandsche Bank (met als portefeuille het toezicht op pensioenfondsen en verzekeraars en dus niet op banken), na een carrière in de advocatuur.
Vicevoorzitter is ook man
Het kán dus wel, toch staat bij slechts twee van de zes grootste Nederlandse banken een vrouw aan het hoofd van de rvc. Verder blijkt de positie van vicevoorzitter van de rvc exclusief voorbehouden aan mannen, terwijl dat toch een uitstekende positie is om vrouwen klaar te stomen voor de rol van chair. Vrouwen worden wél vaker benoemd als voorzitter van commissies binnen de rvc, dat geldt zowel voor de audit-, risico-, remuneratie- als benoemingscommissie. Die laatste fungeert als sleutel naar een divers selectiebeleid, om te beginnen in de eigen rvc. De voorzittersrol van die commissie wordt echter vaak automatisch vervuld door de voorzitter van de rvc, de chair is dus de chair. Zelfs bij ABN Amro zit De Swaan de Selectie & Nominatie Commissie voor, volgens de website van de bank. Die commissie gaat over zijn eigen opvolging, hoewel rvc- en commissielid Laetitia Griffith volgens berichtgeving in Het Financieele Dagblad als voorzitter wordt genoemd voor het opvolgingsproces van De Swaan.
Wie zit er in de benoemingscommissie?
Van de zes grootste banken zijn er maar twee banken waar de chair niet als commissievoorzitter fungeert en de benoemingscommissie wordt geleid door een vrouw (bij de Rabo vervult Trompetter beide rollen). Bij ASN Bank (nr. 6 qua balanstotaal) is chair Gerard van Olphen weliswaar lid van de Nominatie & Remuneratiecommissie, maar deze wordt voorgezeten door rvc-lid Jeanine Helthuis. Bij NWB Bank leidt commissaris Annette Ottolini de gecombineerde remuneratie- en benoemingscommissie. De V/M-verdeling binnen de benoemingscommissies bij de genoemde banken (meestal drie, soms vier leden) varieert: van de meerderheid vrouw (2x) tot fiftyfifty (2x) tot de minderheid vrouw (2x): bij ASN (maar dus wel met vrouwelijke voorzitter) én bij ING, met een balanstotaal van 42% de grootste bank van Nederland. Daar vormt commissaris en oud-PostNL-ceo Herna Verhagen het vrouwelijk smaldeel in de Nomination & Corporate Governance Committee, versus twee mannen, onder wie de ceo als commissievoorzitter).
The chair makes or breaks the board
Waarom is de samenstelling van de benoemingscommissie interessant? Omdat deze een sleutelrol kan vervullen in het benoemen van meer vrouwelijke voorzitters, zowel in de rvc als de rvb. Niet alleen in de bancaire wereld, maar in héél het bedrijfsleven. Het aandeel van vrouwen in de ‘nomco’- als commissievoorzitter én in een getalsmatige meerderheid – kan wellicht helpen bij de benoeming van meer vrouwelijke chairs. Momenteel is slechts tien procent van de president-commissarissen een vrouw, zo kwam naar voren uit een inventarisatie van Spencer Stuart (2024). De Management Scope Top-100 Corporate vrouwen 2025 telt in totaal 35 vrouwelijke voorzitters: 11 ceo’s en 14 chairs. De meest invloedrijke functies in het bedrijfsleven worden dus nog steeds vervuld door mannen. De eerder dit jaar overleden Steven Schuit (topadvocaat Allen & Overy, hoogleraar corporate governance en goed bestuur-geweten) noemde zijn boek over de voorzittersrol niet voor niets: The chairman makes or breaks the board. De titel ging overigens nog wel steeds uit van een man in die rol. Inmiddels is het man vaak vervallen voor het genderneutrale chair en in onze eigen taal kan voorzitter zowel een man als een vrouw aanduiden.
7 best practices
Het streven naar meer vrouwelijke voorzitters van raden van commissarissen en toezicht (bij die laatste zien we er overigens méér) vormt dus de volgende diversiteitshorde. Welke stappen kunnen daarvoor gezet worden? Management Scope benoemde daarvoor al in 2021 zeven best practices, geformuleerd door topvrouwen zelf (onder wie de eerdergenoemde Herna Verhagen en Mijntje Lückerath, commissaris, hoogleraar corporate governance en verantwoordelijk voor de Female Board Index). De kop van het artikel: ‘Zo worden vrouwen wel voorzitter.’ We geven de zeven best practices hier in het kort weer, onder verwijzing naar het volledige artikel via bovenstaande link:
Best practice 1: Verbreed de selectiecriteria voor rvc-voorzitters (dus niet alleen oud-ceo’s)
Best practice 2: Vul de voorzittersrol in als complementair duo (met de vicevoorzitter)
Best practice 3: Laat vrouwen vanuit de commissarisrol doorgroeien (voor rvc’s: kijk al bij de selectie naar chair-material, voor vrouwelijke kandidaten: kijk al bij de due diligence strategisch naar de kans op een eventuele voorzittersrol, doen mannen ook)
Best practice 4: Benoem via vrouwelijke chairs/commissarissen meer vrouwelijke bestuurders (blijft ook al jaren achter, nu op 17%, volgens de FBI 2025)
Best practice 5: Objectiveer het benoemingsproces (om verborgen stereotypen te doorbreken)
Best practice 6: Zorg voor een goedgevulde pijplijn (zowel voor rvc als rvb)
Best practice 7: Trek vrouwen (alsnog) over de streep (ook de vrouwen zelf moeten de voorzittersrol – zowel van de rvc als rvb – vaker ambiëren)
Meer primadonna’s
En wat als de groei van het aantal vrouwelijke rvc- en rvt-voorzitters toch niet vanzelf gaat, ondanks deze best practices? Die zijn inmiddels immers ook alweer bijna vijf jaar oud… Een quotum voor vrouwelijke voorzitters lijkt lastig te realiseren, maar misschien kan de huidige regelgeving iets worden aangepast om te stimuleren dat we meer primadonna’s in het toezicht krijgen? Momenteel tellen voorzittersrollen dubbel bij de bepaling van het maximum van vijf punten voor een toezichtportefeuille. Dat kan vrouwelijke (beroeps)commissarissen er wellicht van weerhouden om een voorzittersrol te aanvaarden. Misschien is het een oplossing om die dubbeltelling voor vrouwelijke commissarissen tijdelijk te laten vervallen?
Ingroeiquotum aanpassen?
Ook het huidige ingroeiquotum zou misschien iets kunnen worden aangepast, om gedwongen benoemingen van mannelijke voorzitters, zoals bij ABN Amro, te voorkomen. Bijvoorbeeld door boards meer tijd te geven om de genderbalans te herstellen na het ontstaan van een mannelijk smaldeel door de benoeming van een vrouwelijke chair? Benoemingen van een vrouwelijke voorzitter zouden dan voor een bepaalde periode niet nietig verklaard hoeven te worden omdat niet wordt voldaan aan het ‘ten minste een derde man’. Misschien is een tijdelijke V/M-verhouding van bijvoorbeeld 5:2 – zoals zou dreigen bij ABN Amro – niet zo héél erg, als daarmee het voorzittergat tussen mannen en vrouwen in het beursgenoteerde bedrijfsleven kan worden dichtgelopen. Het is tenslotte jarenlang andersom geweest én erger.
Vrouwelijke chairs dubbel laten tellen
Een alternatief zou ook nog kunnen zijn om de benoeming van een vrouwelijke voorzitter dubbel te laten tellen bij de getalsmatige samenstelling van een rvc, maar dit gaat vooral op voor grote raden, zoals bij banken. Op een rvc van negen leden zou je dan met een vrouwelijke voorzitter en (ten minste) één andere vrouwelijke commissaris al aan het quotum voldoen (in plaats van drie vrouwelijke commissarissen). Bij kleinere raden zou een vrouwelijke voorzitter met dubbeltelling in principe met alleen mannen in een raad kunnen worden geconfronteerd en ondanks haar positie wellicht kritische massa ontberen. Een voorwaarde bij de dubbeltelling zou dus kunnen zijn dat er ten minste één andere vrouwelijke commissaris zitting moet hebben in de raad. Andersom zou een mannelijke president-commissaris ook dubbel kunnen tellen voor het ‘ten minste een derde man’. Tegenover een mannelijke chair zouden dan dus meer vrouwelijke commissarissen zitting moeten krijgen in de raad.
Ook quotum voor vrouwelijke bestuurders?
Het zijn maar wat gedachtenexperimenten of proefballonnetjes, die wettelijk of governancewise vast niet haalbaar zijn. We ruilen ze graag in voor betere oplossingen. In plaats van dergelijke ingewikkelde rekensommetjes met allerlei haken en ogen kunnen rvc’s overigens beter bovenstaande best practices ter harte nemen en ruim op tijd beginnen aan het eigen opvolgingsbeleid: vooral voor de rol van president-commissaris. Op die manier worden er hopelijk steeds meer vrouwen benoemd in de rol van rvc-voorzitter. Die vrouwelijke chairs kunnen er dan weer voor zorgen dat er meer vrouwelijke bestuurders benoemd worden. De roep om ook een quotum voor vrouwelijke bestuurders in te voeren klinkt steeds luider. Vrouwelijke rvc-voorzitters kunnen die wettelijk opgelegde diversiteit versneld helpen doorvoeren en alert zijn op de gewenste inclusieve cultuur in boards. Daarnaast zijn die vrouwelijke chairs wellicht verstandig genoeg om zich bewust te zijn van het omgekeerde diversiteitsprobleem in hun raad en zetten ze tijdig de benoeming van voldoende mannelijke toezichthouders op de agenda.